Wij werken graag samen met ouders en verzorgers. U kent uw kind het best! Naast de samenwerking met ouders en verzorgers hebben wij een netwerk om ons heen om de juiste ondersteuning te bieden aan kinderen en hun omgeving. Wij kunnen in overleg met u gebruik maken van de expertise van de logopedist, de fysiotherapeut, de schoolverpleegkundige en de experts vanuit het samenwerkingsverband IJssel | Berkel. Ook kunnen wij een link zijn naar Perspectief, de welzijnsorganisatie die gezinnen ondersteunt waar nodig. Op onze website onder het kopje ondersteuning kunt u meer informatie vinden.
Samen met familie en partners de voorwaarden creëren die nodig zijn om tot leren te komen
Ouders en verzorgers zijn belangrijke partners. Als ouder/verzorger kent u uw kind het best. Door uw gedachten in gesprekken met de leerkrachten te delen wordt begrip vergroot en samenwerking gestimuleerd. Frequent contact is niet alleen wenselijk, maar ook nodig om samen koers te bepalen. Met deze informatie kunnen teamleden en ouders/ verzorgers samen het best passende onderwijs vormgeven. De leefwerelden van thuis en het kindcentrum zijn nauw met elkaar verbonden, daarom is een goede afstemming en samenwerking van groot belang voor kinderen. Dat geldt ook voor samenwerking met zorgpartners en andere partijen die bijdragen aan het onderwijs of de ondersteuning. Als kindcentrum werken we ook met verschillende andere partners samen. Denk aan wijkcentra als het bijvoorbeeld gaat om activiteiten of ondersteuning, maar ook zorgpartners waar de driehoek kind- ouder/ verzorger - kindcentrum wordt uitgebreid met een zorgpartner.
Kwaliteitszorg
Allereerst wordt de kwaliteit die wij nastreven bepaald door ons schoolconcept, de visie op onderwijs, de doelen en uitgangspunten die wij in gezamenlijk overleg hebben ontwikkeld. Als logische stap in onze kwaliteitszorgcyclus onderzoeken we hoever de stand van zaken afwijkt van de gewenste situatie. We gebruiken daarvoor instrumenten als inspectierapporten, de resultaten van de eindtoets, de metingen van de (tussen)opbrengsten, tevredenheidsonderzoeken, uitstroomgegevens, gesprekken met schoolverlaters en hun ouder(s)/verzorger(s), gesprekken/uitwisseling met het voortgezet onderwijs, terugkoppeling van de schoolloopbaan op het voortgezet onderwijs van onze oud- leerlingen, de kwaliteitsvragenlijsten en gesprekken met de MR en de kinderraad. Naast deze instrumenten leveren de gesprekken met kin- deren en ouder(s)/verzorger(s) belangrijk informatie voor het team. De onderzoeksinstrumenten die we hanteren worden ingezet om tot een analyse van de op dat moment bestaande situatie te kunnen komen. Deze analyse resulteert in een aantal beleidsopties waaruit we keuzes maken en uiteindelijk prioriteiten stellen op grond waarvan nieuwe schooleigen ambities kunnen worden opgesteld. Onze ambities staan onder het kopje ambities in deze gids.
Volgsysteem
In de eerste plaats moeten de leerkrachten de kinderen goed kennen. Daarnaast moeten de kinderen goed gevolgd worden: hoe verloopt het ontwikkelproces? Daar waar nodig volgt zorg en begeleiding. Deze zorg kan bijvoorbeeld gericht zijn op kinderen die zich in een aangepast tempo ontwikkelen. Om het ontwikkelproces te volgen, hanteren we het CITO-LVS. Het CITO leerlingvolgsysteem gebruiken we om onze resultaten te vergelijken met de landelijke norm en de ontwikkeling op school, groep en leerling niveau. We bekijken elk half jaar de trend en analyseren de gegevens. We gebruiken de opbrengsten om het effect van ons onderwijs te meten, waarbij telkens de vraag centraal staat: “In welke mate hebben de kinderen kunnen profiteren van ons onderwijs?” De toetsgegevens worden meegenomen in de groepsoverzichten per groep, van waaruit een plan van aanpak per groep wordt opgesteld.
Voor de peuters en groep 1 en 2 maken gebruik van het observatie-instrument BOSOS om de ontwikkeling van kinderen in beeld te brengen. Er worden (incidenteel) aanvullende observatie-instrumenten gebruikt als de gegevens die we eruit halen ons extra informatie kunnen bieden voor het vervolg van ons handelen.
De groepen 3 t/m 8 maken gebruik van toetsen uit het Cito LOVS, daarnaast nemen we ook methodetoetsen af om kinderen te volgen en hun ontwikkeling in kaart te brengen. De schakelklassen maken gebruik van (methode)toetsen. De data die we halen uit de Gynzysoftware verschaft ons en de leerling ook inzicht in het (eigen) leerproces. De mogelijkheden die hier worden geboden worden steeds breder. Daarmee rijst ook de vraag waar toetsen nog nodig is en waar niet? We blijven kritisch in dit proces en leggen ook steeds meer eigenaarschap bij het kind in o.a. de startgesprekken. We betrekken kinderen bij hun leerproces door vorderingen zichtbaar te maken. Naast de methodegebonden toetsen en de resultaten uit Gynzy halen we ook informatie uit kindgesprekken en observaties. Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling hanteren we de vragenlijsten van 'mijn vensters'. .
Om de ontwikkeling van onze kinderen zo goed mogelijk te volgen, maken we gebruik van een leerlingvolgsysteem. Twee keer per schooljaar (in januari/februari en juni) nemen wij de methodeonafhankelijke toetsen af. Op deze wijze brengen we de ontwikkeling van onze leerlingen over een langere periode in beeld. Daarnaast geven de methode- toetsen en de observaties tijdens de lessen ons ook een beeld over de mate waarin de referentiedoelen door de kinderen worden beheerst. Deze toetsen en observaties zijn leidend bij het beredeneerd lesaanbod. De inhoud van de lessen sluit aan bij wat kinderen al weten (het vertrekpunt) en wat zij in een bepaald leerjaar moeten leren (refenrentiedoelen).